GASTRO-INTESTINALE NEUROFARMACOLOGIE

Hoofd van de onderzoekseenheid:

Prof. Dr. R. Lefebvre, Dr. Geneeskunde, Geaggregeerde farmacologie
Email: Romain.Lefebvre@UGent.be

Wetenschappelijke medewerkers:

D. Babu, Master in de farmacie
S. Cosyns, Master in de biomedische wetenschappen
F. de Vin, Dr. Toegepaste biologische wetenschappen, Bio-ingenieur
E. Priem, Master in de biomedische wetenschappen
S. Weninger, Master in de microbiologie en genetica

Technisch personeel:

B. Blanckaert, Industrieel ingenieur electronica
S.M. Choi, Industrieel ingenieur chemie
E. Van Deynse, Industrieel ingenieur chemie
I. Van Colen, Industrieel ingenieur chemie

V. Geers, Laborant, vrijwillige medewerker



Onderzoeksdomeinen:

De functies van het gastro-intestinale systeem, absorptie, secretie en motiliteit, staan onder controle van intrinsieke en extrinsieke zenuwcellen. Het intrinsieke of enterische zenuwstelsel is essentieel voor de controle van de activiteit van de spierlagen, waarbij de belangrijkste neuronen enerzijds de cholinerge neuronen zijn, welke het contraherend acetylcholine vrijstellen, en, anderzijds, de niet-adrenerge niet-cholinerge (NANC) neuronen, welke een of meerdere inhiberende neurotransmitters vrijstellen zoals stikstofmonoxide (NO).

Een eerste onderzoeksdomein betreft de fysiologische en farmacologische relevantie van oplosbaar guanylaatcyclase (sGC) in de gastro-intestinale tractus. sGC is een heterodimeer bestaande uit een a en een b subeenheid. Van beide subeenheden bestaan 2 isovormen a1 en a2, b1 en b2. De 2 fysiologisch voorkomende dimeren zijn a1b1 en a2b1, waarbij in de gastro-intestinale tractus voornamelijk a1b1 wordt aangetroffen. sGC is het belangrijkste aangrijpingspunt van NO in de gastro-intestinale tractus hoewel ook andere aangrijpingspunten beschreven zijn. Het onderling belang van sGC a1b1 versus sGC a2b1, en de rol van sGC in het effect van NO op de gastro-intestinale motiliteit wordt onderzocht in vitro en in vivo (maaglediging, intestinale transit) met behulp van sGCa1 knockout en sGCb1 mutant muizen.

Een tweede onderzoeksdomein betreft de invloed van koolstofmonoxide (CO) en CO-vrijstellende molecules (CORMS) in de gastro-intestinale tractus. CO wordt endogeen aangemaakt door de enzymenfamilie der hemoxygenases (HO). HO-2 is constitutief aanwezig, terwijl HO-1 bij inflammatie tot expressie wordt gebracht. Naast CO produceert HO ook biliverdine, dat door biliverdinereductase tot bilirubine wordt omgezet; zowel biliverdine als bilirubine hebben sterk anti-oxydatieve eigenschappen. De invloed van CO en van CORMS op de gastro-intestinale motiliteit en hun werkingsmechanisme wordt onderzocht, evenals de interactie tussen het HO-biliverdinereductase systeem en de nitrerge neurotransmissie. Het anti-inflammatoir effect en het werkingsmechanisme van CORMS wordt onderzocht in de inflammatoire fase van postoperatieve ileus.

Een derde onderzoeksdomein betreft de studie van de invloed van serotonine op de gastro-intestinale motiliteit. Serotonine oefent zowel contraherende als inhiberende invloeden uit op de gladde spiercellen van het maagdarmkanaal, hetzij rechtstreeks via receptoren op de gladde spiercellen, hetzij onrechtstreeks via receptoren op enterische neuronen. De receptorsubtypes welke tussenkomen bij het effect van serotonine ter hoogte van maag en darm worden geƫvalueerd bij verschillende species. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan 5-HT4-receptoren, die in de gastro-intestinale tractus op cholinerge zenuwuiteinden zijn gelokaliseerd, waar ze de vrijstelling van acetylcholine bevorderen. Deze receptoren zijn evenwel ook op atriale cellen aanwezig. De farmacologische kenmerken van de 5-HT4-receptoren op deze 2 locaties worden vergeleken.

top

Representatieve recente publicaties

top

Doctoraten

top

Downloads

Ga naar de downloadpagina

top
Vakgroep Farmacologie - Heymans InstituutVakgroep farmacologie - Heymans Instituut
English | Print
Laatste aanpassing : 13.10.2011