CARDIOVASCULAIRE FYSIOLOGIE
Hoofd van de onderzoekseenheid:
Prof. Dr. J. Van de Voorde
Email: Johan.VandeVoorde@UGent.be
Professoren :
J. Van de Voorde, Apotheker, Dr. Farmaceutische wetenschappen, Geaggregeerde fysiologie
C. Delaey, Arts, Oftalmoloog, Dr. Medische wetenschappen
Wetenschappelijke medewerkers:
S. Boydens, Master in de biomedische wetenschappen
K. Decaluwé, Master in de biomedische wetenschappen
B. Pauwels, Apotheker
Technisch personeel
T. Vanthuyne, Gegradueerde technieker
Onderzoeksdomeinen
Deze onderzoeksgroep concentreert zich voornamelijk op de paracriene regeling van de contractiegraad van bloedvaten. Meer specifiek wordt onderzoek gedaan naar de karakteristieken, de actiemechanismen en de identiteit van een aantal vasoactieve moleculen die vrijgesteld worden door endotheelcellen, retinaal weefsel, niet-adrenerge niet-cholinerge (NANC) neuronen en vetweefsel. Hierbij wordt gebruik gemaakt van diverse technieken zoals het meten van de contractiliteit van kleine geïsoleerde bloedvaten en peniele zwellichamen in vitro, de biochemische bepaling van tweede boodschappermoleculen (cAMP en cGMP) in bloedvaten, de biologische bepalingstechnieken van endogene vasoactieve substanties, in vivo metingen van bloeddruk en erectiecapaciteit bij muizen.
Een eerste onderzoeksdomein concentreert zich op stoffen die vrijgesteld worden door het endotheel, meer bepaald het NO en de tot nog toe onbekende endotheliale hyperpolariserende factor (EDHF). Meer specifiek wordt onderzoek gedaan naar de betekenis van verschillende isovormen van het oplosbaar guanylaatcyclase (sGC) bij relaxaties die gemedieerd worden door NO (al dan niet endotheel-afhankelijk) of door NO-onafhankelijke rechtstreekse sGC-activatoren. Aansluitend hierop wordt in het kader van de problematiek van erectiele dysfunctie gelijkaardig onderzoek uitgevoerd op geïsoleerde zwellichamen en op erectie in vivo, die in belangrijke mate berust op NO vrijgesteld via NANC neurotransmissie. Dit onderzoek gebeurt met behulp van genetisch gemodificeerde muizen, waarbij één of meerdere isovormen van sGC dysfunctioneel zijn.
Een tweede onderzoeksdomein concentreert zich op de zogenaamde retinale relaxerende factor (RRF), een tot nog toe onbekende potente relaxerende factor die wordt vrijgesteld door de retina en die door de onderzoeksgroep voor het eerst werd ontdekt. Deze molecule, die met een biologische bepalingstechniek kan worden aangetoond, beantwoordt niet aan de karakteristieken van de klassieke relaxerende factoren die door de retina worden gevormd. Het doel van dit onderzoek is de relaxerende factor te karakteriseren (betrokken retinaal celtype, farmacologische inhibitoren) om uiteindelijk tot een identificatie te kunnen komen.
Representatieve recente publicaties
- Boussery K., Delaey C., Van de Voorde J.: The vasorelaxing effect of CGRP and natriuretic peptides in isolated bovine retinal arteries. Invest. Ophthalmol. Vis. Sci. 2005, 46: 1420-1427
- Maenhaut N., Boussery K., Delaey C., Van de Voorde J.: Control of retinal arterial tone by a paracrine retinal relaxing factor. Microcirculation 2007, 14: 39-48
- Delaey C., Boussery K., Breyne J., Vanheel B., Van de Voorde J.: The endothelium-derived hyperpolarising factor (EDHF) in isolated bovine choroidal arteries. Exp. Eye Res. 2007, 84: 1067-1073
- Nimmegeers S., Sips P., Buys E., Brouckaert P., Van de Voorde J.: Functional role of the soluble guanylyl cyclase alfa1 subunit in vascular smooth muscle relaxation. Cardiovasc. Res. 2007, 76: 149-159
- Nimmegeers S., Sips P., Buys E., Decaluwé K., Brouckaert P., Van de Voorde J.: Role of the soluble guanylyl cyclase a1-subunit in mice corpus cavernosum smooth muscle relaxation. Internat. J. Impot. Res. 2008, 20: 278-284

